Zodra de winter voorbij is en de grond weer op temperatuur komt, begint voor ons het nieuwe teeltseizoen. Tussen half maart en half april, wanneer de bodem warm en droog genoeg is, gaan de leliebollen de grond in.
Eerst bewerken we het land met een cultivator en maken we de grond mooi los en vlak. Vervolgens spitmachine die grond mixt. Daarna kunnen we gaan planten. Met een trekker en een speciale plantmachine worden de bollen automatisch verdeeld op de juiste plek in de grond gelegd. De grond wordt vervolgens weer gesloten en vlak achtergelaten.
Gewasbescherming is een belangrijk onderdeel van de lelieteelt. Door de lelies te beschermen tegen schimmels, onkruid, bacteriën en insecten, blijven de planten gezond en sterk. We kijken daarbij altijd goed naar het juiste moment en de juiste interval. Factoren zoals wind, neerslag en temperatuur spelen hierin een grote rol, zodat we met zo min mogelijk middelen een goed resultaat behalen.
Omdat lelieteelt een relatief kleine sector is, worden er geen middelen speciaal voor lelies ontwikkeld. Daarom gebruiken we middelen die ook in de voedselteelt worden toegepast en uitgebreid zijn getest. Deze voldoen aan strenge veiligheidseisen en zijn veilig voor zowel de toepasser als de omgeving. Zo zorgen we op een verantwoorde manier voor een gezond gewas.
Water is één van de belangrijkste basisbehoeften van de lelie. Daarom houden we tijdens de teelt het vochtgehalte van de bodem goed in de gaten. Zo zorgen we ervoor dat de planten altijd voldoende water krijgen om goed te groeien. Vooral in droge periodes en rond de bloei, is beregening extra belangrijk. Door op het juiste moment water te geven, blijven de lelies gezond en ontwikkelen de bollen zich tot een sterk en kwalitatief eindproduct.
Bij de lelieteelt draait het bij ons om de bol, niet om de bloem. Om ervoor te zorgen dat alle energie naar de bol onder de grond gaat, verwijderen we de bloemen voordat ze volledig in bloei komen. Dit noemen we koppen.
Met een speciale machine rijden we over het veld en snijden we de bloemen op de juiste hoogte af. Daarna blijft alleen het gewas staan, dat in de weken erna langzaam afsterft. In deze periode gaat alle energie terug naar de bol. Zo ontstaat een grotere, sterkere en kwalitatief betere leliebol.


De lelies die wij telen, vinden hun weg over de hele wereld. Omdat veel landen strenge eisen stellen, worden onze lelies zorgvuldig gecontroleerd door de Bloembollenkeuringsdienst (BKD). Zo weten we zeker dat de bollen voldoen aan de normen en geschikt zijn voor export.
Ook op het veld houden we de kwaliteit goed in de gaten. Onze medewerkers lopen regelmatig door de gewassen en verwijderen planten met virusverschijnselen. Op die manier houden we het virusgehaltes laag genoeg zodat deze goed gekeurd worden voor export.
Het rooiseizoen is voor ons een drukke en belangrijke periode. Vanaf half augustus beginnen we met de vroege lelies. In het najaar, vanaf half oktober, komt het rooien echt op gang en werken we door tot aan kerst.
We rooien met een speciaal aangepaste rooimachine die eerst het overgebleven gewas verwijdert en daarna de bollen voorzichtig uit de grond haalt. Via rooimatten worden de leliebollen naar een kipper getransporteert, waarbij het meeste zand wordt verwijderd. Er blijft altijd wat grond om de bollen zitten om beschadiging te voorkomen. Zo gaan we door totdat alle leliebollen veilig zijn geoogst.
De volle kippers rijden het erf op, waar de leliebollen worden gelost in een stortbak. Vanuit daar gaan de bollen samen met de grond naar een zeef, waar het grootste deel van de grond wordt gescheiden van de bollen en teruggaat naar het land.
Daarna worden de leliebollen grondig gewassen. Via waterbaden en transportbanden komen ze uiteindelijk bij de aquagrader, die de bollen sorteert op grootte. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verkoopbare bollen en plantgoed voor het volgende seizoen, en worden overtollige wortels verwijderd. Tot slot worden de leliebollen in kisten opgevangen, voorzien van een label en op blaaswanden geplaatst. Daar blazen ventilatoren lucht door de kisten, zodat de bollen goed kunnen drogen en in optimale conditie blijven voor de verdere verwerking.
Na het spoelen worden de leliebollen in kisten naar de verwerkingslijn gebracht. Via een stortbunker worden ze gelijkmatig aangevoerd, waarna medewerkers eerst de resterende stengels verwijderen. Daarna worden de bollen met een weegteller op basis van gewicht op maat gesorteerd.
Vervolgens vindt een laatste handmatige kwaliteitscontrole plaats, waarbij afwijkende bollen worden verwijderd. Tot slot worden de leliebollen geteld en in de juiste bakken van de koper geplaatst.
De bollen gaan de koelcel in, waar ze bewaard blijven totdat ze op transport gaan naar hun bestemming.
Joling BV is aangesloten bij het initiatief De Drentse Lelie. Binnen dit project werken telers, onderzoekers en andere betrokken partijen samen aan een toekomstbestendige lelieteelt in Drenthe. Het doel is om de teelt continu te verbeteren, met aandacht voor innovatie, kennisdeling en een open manier van communiceren.
Door samen te werken binnen De Drentse Lelie blijven we ons ontwikkelen en zoeken we actief naar nieuwe manieren om onze teelt verder te optimaliseren. Daarbij staat het delen van kennis en het laten zien wat er in de praktijk gebeurt centraal. Zo dragen we bij aan een sterke en transparante sector, waarin kwaliteit en vakmanschap voorop staan.
Pioenen telen we zowel voor de snijbloemen als voor de bollen. In het voorjaar bloeien ze prachtig, waarna de bollen worden geoogst en verkocht voor verdere teelt.
Sinds 1988 telen we tulpen, niet voor de bloem, maar voor de bloembol. Deze bollen worden wereldwijd verkocht of verder gekweekt tot bloem. Lees hier meer over het volledige proces.